Ik begeleid goed opgeleide, zelfsturende vrouwen vanaf 30 jaar bij het oplossen van emotionele blokkades, zodat ze volledig uit de verf kunnen komen!

1e Kerstdag bij mijn ouders. Joepie?

Daar sta je dan. Met je gezin op de stoep bij je ouders. Je man heeft jullie oudste opgetild, zodat hij kon aanbellen en jij wiegt de jongste in je armen. En terwijl je wacht op het opengaan van de deur, voel je de pijn in je buik al. Want… je ziet er tegenop. Kerst betekent namelijk voor jou niet alleen een mooie kerstboom, gezellige liedjes en lekker eten, maar ook familieverplichtingen. En daar krijg je elk jaar weer buikpijn van.

Je zou willen dat het een gezellig samenzijn is, maar je ervaart het als een beoordelingsgesprek.

Een beoordelingsgesprek waarbij jij altijd het onderspit delft. Het begint al bij de deur.

Er is altijd commentaar op het tijdstip dat jij aankomt. Het is of te vroeg, of te laat. Het is nooit op tijd. En dan altijd een opmerking over je jas. Dat je die nog steeds hebt, dat oude ding. En je kapsel…ja, dat moet het ook altijd ontgelden. En niet alleen dat van jou, maar ook dat van je gezin. Dat van je man is te wild, van je zoon weer te lang en van je dochter natuurlijk te kort.

Nog voor je fatsoenlijk binnen bent, is het voor jou al niet meer leuk. In de woonkamer zitten je oudere zus en je jongere broer al gezellig aan de glühwein. De radio speelt de meest recente kerstliedjes. Je neefjes en nichtjes spelen en kwetteren er op los. Zodra ze jou zien, staan ze op en rennen op je af. “TANTE”… liefdevol slaan ze hun armpjes om je heen. Geen oordeel, geen verwachting. Alleen maar een ‘leuk dat je er bent.’ Heerlijk.

Jij hebt dit jaar twee keer promotie gemaakt, maar dat maakt kennelijk geen enkele indruk. Want terwijl je op je jongere broer afloopt om hem te groeten, komt je moeder de keuken uit en zegt: ‘O, lieverd, daar ben je. Weet je dat Max een nieuwe baan heeft? Jaja, die maakt tenminste carrière. Daar zou jij wel eens een voorbeeld aan kunnen nemen, hahahahaha.’ Met een zwaar hart omhels je je broertje en feliciteer je hem. Dan draai je je om en omhels je je moeder. Ze fluistert in je oor. ‘En je bent weer dikker geworden, jammerjammerjammer.’ Je maag krimpt ineen. Je weet gewoon niet wat je moet of wilt zeggen. Je voelt ergens verdriet dat je moeder geen rekening houdt met jouw gevoelens. Je kan nog net een waterig glimlachje tevoorschijn toveren, zodat je je gekwetstheid kunt verbergen.

Je gezin heeft een plekje gezocht en hier en daar komen de conversaties op gang. Je broertje vertelt honderduit over zijn nieuwe baan. Je zus zit continue in een machtsstrijd met je moeder verwikkeld. Zodra je moeder haar bevestiging vraagt over het één of ander, heeft je zus steevast een negatief antwoord. Met die twee is het altijd: als de één ‘A’ zegt, dan zegt de ander ‘B’. En andersom. En jij vindt dat dodelijk vermoeiend.

Ondertussen imponeert je zwager jouw vader met verhalen over de beurs. Je nieuwste schoonzus zit verlegen naast je broertje en glimlacht vriendelijk zodra haar iets wordt aangeboden of gevraagd. Als je zwager even adem moet halen, benut jouw vader die pauze om jouw man even van ongevraagd advies te voorzien. Je man zoekt af en toe jouw blik op om steun te geven en steun te ontvangen. Ja hoor… het is heeeeel gezellig! … Alleen de kinderen lijken het best te gedijen. Zij zijn gewoon wie ze zijn. Zichzelf. Ook al voelen ze de spanning in de lucht hangen, ze zijn in staat tóch hun eigen gang te gaan.

Aan tafel komen de jaarlijkse onderwerpen aan bod. Ook de zaken waarvan jij al eerder hebt aangegeven niet meer over te willen praten, maar je ouders lijken daar geen boodschap aan te hebben. Zij willen dat wel en hoe de rest van het gezelschap dat vindt, is voor hen niet belangrijk. Tijdens het eten gebaart je moeder dat je blouse niet goed zit. Daar word je onderhand ook kotsmisselijk van. Je bent al bijna 40 jaar, maar wordt nog steeds als een klein kind behandeld. Even later kijkt je moeder je strak en verbaasd aan, zodra ze ziet dat je aanstalten maakt om een tweede keer op te scheppen. Je ziet aan haar blik dat ze dat afkeurt. En jij… jij voelt je heel klein worden.

De pijn in je buik is groter geworden en je krijgt bijna geen hap door je keel. ‘O nee,’ begint je zwager, ‘je bent toch niet aan de lijn hè? Geef het nou maar op. Jij wordt toch nooit slank. Hahahahaha.’ En hoppekee… weer een mes in je hart. Ondanks dat mes, klopt je hart als een gek in je keel. Je begint te zweten, je bent als de dood dat je het niet meer volhoudt om niets te zeggen. Dat je het niet meer volhoudt om níet tegen te spreken. De vorige keer dat je aangaf dat je dat soort opmerkingen niet leuk vind, begon hij gewoon te lachen en noemde hij je een zielig slachtoffertje. En iedereen, behalve je man en alle kinderen, lachten met hem mee.

Je vader neemt het woord en bedankt iedereen – ook namens je moeder – voor het langskomen. Hij vertelt hoe trots hij is op jullie allemaal en dat hij altijd zo blij is om jullie te zien. En jij hoort dat met gemengde gevoelens aan. Want… je voelt je helemaal niet als dusdanig behandeld. Je voelt je helemaal niet voor vol aangezien, want er worden altijd vernederende opmerkingen gemaakt. Jouw beslissingen worden altijd in twijfel getrokken. Er is eeuwig commentaar op je uiterlijk, je baan, je gezin. Er is geen respect voor jouw leven, maar slechts oordeel. De woorden en de daden komen niet overeen…en dat maakt je onzeker, misselijk, verdrietig. Je staat op het punt in huilen uit te barsten.

‘Dat duurt lang.’ zegt je man en met die woorden schrik je wakker uit je gedachten. Je staat nog steeds op de stoep bij je ouders voor een dichte deur. En terwijl je man met de oudste ‘Tjingle bells’ zingt om de tijd te doden, probeer jij jezelf te herpakken. Je drukt je kleintje nog even extra tegen je aan en je fatsoeneert je sjaal. Dan gaat de deur open en je vader zegt: ‘He lieverd! Wat fijn dat je er bent. Goede reis gehad? Kom binnen en geef jullie jassen maar aan mij. De anderen zijn in de woonkamer.’

Een beetje van je à propos stap je jouw ouderlijk huis binnen. Alle gevreesde opmerkingen blijven uit. Je moeder begroet je hartelijk zonder hatelijke woorden. Je zwager schenkt snel wat voor je in en biedt jou zijn plekje bij de open haard aan. Je broertje pakt jouw jongste over, zodat je kunt gaan zitten. Je zus vraagt belangstellend hoe het met je gaat. En langzaam begint het tot je door te dringen dat jij nog last hebt van alle kwetsuren die je vroeger hebt opgelopen. Want al deze dingen zijn ook echt gezegd en gedaan. Het is een feit dat je in het verleden vernederd en gekleineerd bent, maar als je heel eerlijk bent is het je ook opgevallen dat er wel degelijk zaken zijn veranderd. Niet alles, maar wel een heleboel.

De opmerkingen zijn misschien niet meer zo heel erg hatelijk, maar ze komen nog steeds hard bij je binnen. Misschien is de interesse in jouw leven iets meer gegroeid, maar het neemt niet weg dat jij je nog steeds niet gezien en gehoord voelt. Kortom: je bent nog niet (helemaal) hersteld van de kwetsuren van vroeger. En dat maakt dat je niet kunt genieten van wat er wel goed gaat. Wat er wel positief is veranderd. En dat kan jou dan weer een schuldgevoel geven.

Hoe ervaar jij kerst met je ouders of met jouw gezin van herkomst? Voel je je veilig en kun je je ontspannen?

Dat je gekwetst bent is niet jouw schuld. Alleen ben je wel verantwoordelijk voor het verwerken daarvan. Merk je dat je niet over bepaalde pijn heenkomt? Wil je er iets mee? Zo ja, wat?
Neem contact met me op als je daar begeleiding bij wilt.


Wil je een e-mailtje ontvangen zodra ik een nieuw artikel plaats?


©2021 Praktijk "Zijn wie je bent"