Ik begeleid goed opgeleide,
zelfsturende vrouwen vanaf 30 jaar
bij het oplossen van emotionele blokkades,
zodat ze volledig uit de verf kunnen komen!

“Goeie genade, wat een ontzettend slecht artikel !!!”


Op weg naar je werk zie je een man in viezige kleren over de stoep zwalken.
Hij heeft een wolk van alcohollucht om zich heen hangen die zo dik is, dat die bijna zichtbaar is. Je knijpt je ogen een beetje dicht, haalt nog even diep adem en houdt ‘m in, totdat je de man gepasseerd bent. ‘Pfffoe….’ zeg je een paar stappen verder: ‘Frisse lucht!’

Voordat je de hoek omgaat kijk je nog steels over je schouder. Je ziet de dronken man nog net een slok nemen uit een fles die hij verborgen houdt in een bruine papieren zak. Je schudt je hoofd. ‘Die alcoholisten ook…altijd hetzelfde liedje’ mompel je geïrriteerd en je loopt verder met een soort van goed gevoel dat je hem veroordeeld hebt.

Bij binnenkomst op je werkkamer, zie je dat je collega al druk bezig is. ‘Zo, hoe vroeg begin jij eigenlijk?’ zeg je met een boos gevoel in je borst. ‘Ik was hier al om 7.00 uur’ antwoordt je collega, zonder op te kijken. Bedenkelijk zet je je tas op tafel en terwijl je je jas uittrekt, kijk je toe hoe je collega opspringt om naar de printer in de gang te lopen.

Voorovergebogen zet je je computer aan. Je hoort je collega vrolijk ‘Goedemorgen’ zeggen tegen de directeur die op dat moment door de gang loopt. De oplichtende blokjes op je beeldscherm geven aan dat je computer aan het opstarten is, dus haal je uit je la een pen en je ‘Things to do today’-boekje tevoorschijn. Een gekwelde zucht verlaat je mond bij het zien van de hoeveelheid ‘Things’ die je ‘to do’ hebt ‘today’.

Je collega komt terug en geeft je een beker thee, want die had ze onderweg naar de printer nog even voor je gemaakt. ‘Hoe lang werk jij eigenlijk door ’s avonds?’ vraag je, je irritatie verbergend, terwijl je de stoom van je thee afblaast. ‘Ehm… gisteren is het acht uur geworden…. ja… vervelend, maar goed, wat moet moet, he.’ antwoordt je collega. En weer kijkt ze je niet aan, maar tikt ondertussen verder aan een rapport.

‘Je mag weleens oppassen, zeg’ zeg je, terwijl je voelt dat je je in moet houden om niet al te pinnig over te komen. ‘straks raak je nog burn-out!’ Schouderophalend kijkt je collega je vluchtig aan en gaat dan weer geconcentreerd verder.

‘Ik meen het hoor…’ waarschuw je nog. ‘Je bent gewoon een workaholic! Heb je daar weleens bij stil gestaan.’ Je collega stopt even met tikken en kijkt je aan.

‘Nee hoor, ik houd gewoon van mijn werk.’

‘Nou, een beetje teveel als je het mij vraagt’

‘Kijk, dat is het ‘m, ik vraag het niet aan je, maar toch vertel je het me.’

Nu is je collega ook geïrriteerd en om verdere escalatie te voorkomen besluit je even naar de kantine te lopen. In de gang merk je dat je ademhaling hoog in de borst is en je een bijna prettig gevoel ervaart dat je je collega op haar plek hebt kunnen zetten. Terwijl je kijkt wat je straks voor de lunch gaat bestellen, denk je aan hoe goed het voelt om haar een workaholic te hebben genoemd.

Het loopt tegen half zes aan het eind van de middag en je staat op het perron te wachten op je trein. Het is ontzettend druk en er is amper plek om te staan. Tot overmaat van ramp komt er met elke windvlaag een enorme wolk rook jouw kant op. ‘God, heb ik dat weer hoor.’ Je hoest opvallend en geïrriteerd. ‘Ja hoor, er is weer es geen plek voor mij in de rookvrije wachtruimte binnen. Dit gebeurt me nou altijd. En kijk eens naar die verslaafden daar bij hun rookpaaltjes. Sukkels, ze moeten en zullen roken anders kunnen ze niet leven.’

Je ogen spreken minachting uit en je rilt van ongenoegen. Terwijl je probeert jezelf warm te houden, herhaal je in je hoofd alle keren dat dit je overkomen is. ‘Zie je wel. Rokers houden geen rekening met mij. Het lijkt wel alsof ze het weten dat ik er niet tegen kan. Waarom gebeurt dit toch altijd. Wat is er toch mis met mij?’

En dan komt er een bepaald gevoel van ellende bij je naar boven, wat zo sterk en bekend is – want je ervaart het dagelijks -dat je je er bijna prettig door voelt.

Een terugkerend gevoel waar je je (bijna) prettig door voelt…

  • Dat is voor die alcoholist het verdovende gevoel dat hij krijgt bij een grote hoeveelheid alcohol in zijn bloed. En zich verdoofd voelen is wat hij prettig vind, dus neemt hij een slok wanneer het afneemt.
  • Dat is voor je collega het gevoel dat de adrenaline haar geeft, wanneer ze veel werk in korte tijd verzet. Dus gaat ze maar door en door om de adrenaline te blijven laten stromen.
  • Dat is voor de rokers het gevoel van inhaleren. Daar worden zij rustig en kalm van. Dus zodra dat afneemt, is de volgende sigaret aan de beurt.

Voel jij je op een bepaalde manier prettig als je kunt klagen of als je geïrriteerd bent? Voel jij je op een bepaalde manier prettig als je kunt zwelgen in zelfmedelijden? Voel jij je op een bepaalde manier prettig als je kunt aankaarten hoe slecht alles geregeld is?

Dan ben je waarschijnlijk verslaafd. Verslaafd aan negativiteit. Want telkens wanneer zo’n gelegenheid zich voordoet en je geeft er aan toe, dan komt er een stofje vrij in je hersenen die je hetzelfde gevoel geeft als bij een ‘echte’ verslaafde. En hoe vaker je aan negativiteit toegeeft, hoe meer je lichaam went aan dat stofje. En hoe meer je lichaam eraan went, hoe vaker je het nodig hebt.

En dan, zodra er weer iets gebeurd dat past in je negatieve straatje, ervaar je het comfortabele gevoel van ellende. Want dat is wat je kent en wat je gewend bent.

En voor elke verslaving geldt: het heeft tijd en doorzettingsvermogen nodig om er vanaf te komen. Maar het eerste wat nodig is, is erkenning.

Ben jij een negaholist? Erken je dat jij verslaafd bent aan negativiteit? Wat vindt je ervan?

En… wat wil je?


Wil je een e-mailtje ontvangen zodra ik een nieuw artikel plaats?


©2019 Praktijk "Zijn wie je bent"